In het kader van de stedenbouwkundige vergunningsaanvraag, adviseerde het agentschap Onroerend Erfgoed om een archeologisch vooronderzoek te laten uitvoeren, gevolgd door een opgraving in geval van vondsten.
In eerste instantie werd een bureau- en booronderzoek uitgevoerd. Daaruit bleek dat er mogelijk resten van baksteenproductie aanwezig waren op het terrein. Om dit in kaart te brengen werd een EMI-scan uitgevoerd over een geselecteerd deel van het terrein. De mogelijke sporen die deze scan aan het licht bracht werden gecontroleerd en gewaardeerd aan de hand van een gericht proefsleuvenonderzoek. Dit werd uitgevoerd door Gate in de periode september 2014.
Een van de sporen bleek effectief een goed bewaarde baksteenoven te zijn. Daarnaast werden verschillende afvalpakketten aangetroffen met resten van baksteen- en tegelproductie, en enkele muurfragmenten. Tot slot kwamen ook enkele afvalkuilen aan het licht met materiaal daterend uit WOI, mogelijk te linken aan de aanwezigheid van barakken rond de historische hoeve.
Een archeologisch vervolgonderzoek in de vorm van een opgraving is dan ook noodzakelijk voor een geselecteerde zone. De op te graven oppervlakte bedraagt 7 700 m².
De vraagstelling van het onderzoek is gericht op het begrijpen van de datering en technische specificaties van de ovenstructuur, en de relatie tussen de structuur en de rest van de site.
Hierbij moeten minimaal volgende onderzoeksvragen beantwoord worden:
— Wat is de landschapstypologische context van het onderzoeksgebied? Wat is de archeologisch relevante geologische en bodemkundige opbouw?
— Wat is de aard, datering en ruimtelijke samenhang van de verschillende elementen van de vindplaats?
— Is er sprake van 1 of meerdere ovens? Zijn er aanwijzingen voor de productie van dakpannen?
— Welke andere sporen, behalve de oven(s) zelf, zijn gerelateerd aan de ambachtelijke zone? Op welke manier is de ambachtelijke zone ingericht? Is er een directe relatie met het landschap?
— Welke vaststellingen kunnen worden gedaan met betrekking tot functionele en constructieve aspecten van de oven(s)?
— In het vooronderzoek is een stratigrafische laag aangetroffen die mogelijk de rand is van de oorspronkelijke Venepe-waterloop. Klopt deze interpretatie? Wat is de relatie, zowel chronologisch als functioneel, met de ambachtelijke zone?
— Tot welke vondsttypen of vondstcategorieën behoren de vondsten, en wat is de vondstdichtheid?
— Wat is de conserveringsgraad van de verschillende materiaalcategorieën (inclusief eventueel aanwezig archeobotanisch en archeozoölogisch materiaal)? Zijn er verschillen op te merken binnen de vindplaats?
— Hoe past de vindplaats binnen de bestaande kennis over baksteen/dakpan productie in de vertegenwoordigde periode?
— Kunnen aanvulling worden geformuleerd op de resultaten van het historisch onderzoek?
— Wat is de aard en datering van de sporen die bij het EMI-onderzoek als mogelijke bomkraters werden aangeduid?
— Indien het om afvalkuilen gaat, wat vertelt het vondstmateriaal over de aard van een eventuele militaire aanwezigheid in de onmiddellijke omgeving?