Het project bestaat uit de verbreding van de bocht van Merksem.
Eerst wordt er een omleidingsweg gemaakt en wordt er tegelijkertijd een archeologisch onderzoek gevoerd.
- Het opwaartse (oostelijke) stuk van de omleidingsweg verbindt de Vaartkaai ten oosten van de brug van Deurne-Bal (Azijn) met de Carrettestraat. Het afwaartse (westelijke) stuk takt aan op de Carrettestraat, loopt hier vervolgens parallel mee (in deze zone wordt een bufferberm aangelegd en beplant) en sluit ten slotte aan de afwaartse kant weer aan op de Vaartkaai. Fase 1 van de grondwerken heeft betrekking op het grondverzet voor de aanleg van deze omleidingsweg. T.b.v. de omleidinsgweg moeten er nieuwe weg-, fiets- en voetpadverhardingen, evenals nieuwe afwaterings-, drainerings- en rioleringsstelsels aangelegd worden. Ook worden er nieuwe verhardingen (met o.a. parkings) naast de tijdelijke stelplaats van De Lijn aangelegd.
- Tijdens de aanleg van de omleidingsweg wordt er ook een archeologisch onderzoek uitgevoerd in de zone die later afgegraven moet worden.
Nadat de omleidingsweg klaar is en het archeologisch onderzoek is uitgevoerd (en het terrein is vrijgegeven) wordt er een nieuwe oeververdediging gemaakt op de rechteroever van het Albertkanaal tussen de vestiging van Candico, afwaarts (ten westen van) de brug van Deurne-Bal (Azijn) en de tijdelijke stelplaats van De Lijn. Deze oeververdediging moet aangepast worden om de bocht in het Albertkanaal (de ‘bocht van Merksem') te verruimen en zo een belangrijke nautische hinderpaal voor de scheepvaart weg te nemen.
- De bestaande weg-, fiets- en voetpadverhardingen (en de bestaande spoorweg en spoorwegverhardingen) moeten afgebroken worden, evenals de bestaande afwaterings-, drainerings- en rioleringsstelsels. Ook moet een nieuwe riolering voorzien worden om aan te sluiten op de bestaande afwateringscollector, die door de nieuwe oeververdediging gesneden wordt.
- Nadat de zwaarst verontreinigde zones zijn afgegraven (fase 2 van het grondverzet) wordt een nieuwe oeververdediging gemaakt. De ontgraving voor de sleuf van de kopbalk is fase 3 van het grondverzet. Op- en afwaarts moeten de nodige overgangsconstructies voorzien worden.
- Vervolgens moet de zone tussen de nieuwe en de bestaande oeververdediging maximaal en gefaseerd (met het oog op de verschillende milieuhygiënische codes) afgegraven worden tot op TAW -0,75 m. De aannemer wordt gewezen op de aanwezigheid van de verankeringen van de bestaande oeververdediging. Dit is fase 4 van het grondverzet.
- Tenslotte moet de oude oeververdediging weggenomen worden en moet de jaagpadverharding achter de oeververdediging heraangelegd worden.